Naamgeving

De naamgeving Clytoneus

Vooraf

Hans van Mastwijk was als een van de Woerdense sporters en als lid van AV Phoenix uit Utrecht zijdelings betrokken bij de oprichting van onze vereniging. Hij was in die tijd (we spreken van 1970) een serie zeeverhalen aan het lezen. Eén van die verhalen ging over de omzwervingen van de Griekse stadskoning Odysseus, die na de Trojaanse oorlog op weg naar huis door schipbreuk de Griekse vloot uit het oog was verloren en enigszins verdwaald raakte. Op een van zijn tussenlandingen kwam hij bij het Griekse volk van de Phaeaken en werd daar met eer ontvangen. Bij sportdemonstraties ontmoette hij Clytoneus, een rasechte en razendsnelle sprinter.

Welnu, die naam lag bij Hans van Mastwijk nog helemaal vers in het geheugen en werd door hem tijdens de oprichtingsvergadering voorgesteld als naam van de nieuwe vereniging. Het klonk goed en indrukwekkend, dus waarom niet deze unieke naam.

De naam Clytoneus

De vereniging is dus genoemd naar de Griekse atleet Clytoneus. Dat zegt velen waarschijnlijk verder niets. Daarom een toelichting op de naam van onze eigen vereniging.

De blinde Griekse dichter Homerus uit de negende eeuw voor Chr. heeft in een groot dichtwerk de geschiedenis en de heldendaden vastgelegd, die betrekking hadden op de oorlog tussen de Grieken en de stad Troje. De strijd tussen de twee partijen beschrijft hij in het boek Ilias en in het boek Odyssee beschrijft hij in 11.000 verzen de terugtocht van Odysseus, één van de strijdhelden van de Grieken.

De stad Troje lag in wat nu Turkije heet. In de tijd dat de belegering van Troje speelde was het zo dat elke stad als het ware een eigen koning had. Dat gold ook voor de Griekse steden. Men kende toen stadsstaten. Welnu, de koning van Troje had een zoon Paris, die het presteerde de vrouw van de koning van de Griekse stad Sparta te schaken. Dat ging overigens niet helemaal tegen de zin van die schone dame, Helena geheten. Uiteraard pikte de koning van Sparta dat niet en hij riep de overige vorsten van de Griekse steden op om samen met hem ten strijde te trekken en de Trojanen eens een lesje te leren. Aan die oproep werd ook gehoor gegeven door de vorst van het eiland Ithaka, het huidige eiland Ithaki aan de westkust van Griekenland. Die vorst was Odysseus.

De Grieken trokken over zee op naar Troje. De inname van die stad verliep niet echt soepel want het beleg heeft uiteindelijk tien jaar geduurd. Zij kwamen alsmaar de stad niet binnen om de Trojanen een kopje kleiner te maken. Met een list is dat tenslotte toch gelukt. De Grieken bouwden een gigantisch groot houten paard en in de nacht kropen daar zoveel mogelijk bekwame strijders in. De rest scheepte zich de andere dag in en trok zich over zee terug. De Trojanen concludeerden daaruit dat de Grieken het opgaven en in hun overwinningsroes openden zij de stadspoorten en sleepten het achtergelaten houten paard naar binnen. De Grieken die daarin zaten, hielden zich doodstil en toen het donker was geworden en alle Trojanen min of meer aangeschoten na hun overwinningsfeest lagen te slapen, slopen de Grieken uit het paard, gooiden de stadspoorten open en geholpen door de van zee teruggekeerde Grieken bezetten zij met het nodige bloedvergieten de stad Troje in 1184 voor Chr.

Na de vernietiging van Troje keerden de Grieken terug naar hun vorstendommen en natuurlijk werd Helena teruggebracht in Sparta. Helaas leed een gedeelte van de vloot van Odysseus op de terugweg schipbreuk, waardoor hij vertraging opliep en dus op eigen houtje de terugtocht moest ondernemen. Dat verliep niet al te vlot omdat hij de koers enigszins kwijtraakte en bij het tussentijds aan land gaan nogal wat te verduren kreeg. Na veel oponthoud en veel omzwervingen kwam hij uiteindelijk na minstens acht jaar terecht op het eiland Scheria waar het volk van de Phaeaken woonde. Daar kreeg hij van de koning Alcinoös een warm onthaal als eregast.

Zoals dat zeker in die tijd gebruikelijk was, werd aan de beroemde strijder Odysseus gedemonstreerd hoe bedreven de Phaeaken waren in de verschillende sporten. Er werden dus kampspelen georganiseerd waarin de Phaeaken tegen elkaar uitkwamen op onderdelen als vuistvechten, worstelen, springen, werpen en lopen. De spelen werden geopend met een wedloop. Dat klinkt wat anders dan wedstrijd maar het is wel hetzelfde. Aan die wedloop werd meegedaan door een zoon van koning Alcinoös. En die zoon heette Clytoneus. Hij was veruit de rapste van allemaal en de dichter Homerus beschrijft dat als volgt;

"Voordien wees men hen het merkteken, dat als eindstreep zou gelden. Als één man stoven zij toen over de stuivende baan. Zonder moeite werd de dappere Clytoneus overwinnaar. Zó ver liet hij de anderen achter zich als het stuk akkerland lang is, dat een span muildieren in één dag vermag te ploegen."

Geheel tegen de etiquette in daagde een van de Phaeaken de gast Odysseus uit om ook zijn kunsten te laten zien. Odysseus ging daar niet op in omdat hij dat niet gepast vond en omdat de slopende zeereis toch veel van zijn krachten gevergd had. Hij liet zich overigens niet helemaal onbetuigd, want hij pakte een werpschijf (een stenen discus) en wierp die verder dan alle Phaeaken hadden gedaan. Ook in het speerwerpen en het boogschieten zou hij hen de baas zijn geweest als hij over zijn normale krachten had kunnen beschikken. Odysseus gaf ruiterlijk toe dat hij in een tweeloop zijn meerdere zou moeten erkennen, in dit geval in Clytoneus.

Kort samengevat was Clytoneus dus een zoon van de koning van het volk der Phaeaken, die zo hard kon lopen dat hij de anderen een akkerlengte achter zich liet. Een prachtige vergelijking, maar we spreken dan wel over ongeveer 1175 jaar voor Chr., dus ruim meer dan 3100 jaar geleden. Wij zouden tegenwoordig zeggen dat hij de anderen versloeg met een straatlengte voorsprong. Kennelijk vinden we straten nu meer aansprekend dan akkerland.