De eerste keer .....

19 november 2017

Het is donderdagavond, twee dagen voor de Reeuwijkse Hout Cross.We zijn op bezoek bij Yvonne Roeland, er kan natuurlijk niet gelopen worden zonder officieel clubtenue. Tijdens het passen komt er een glimlach van oor tot oor op Floris’ gezicht. Je ziet aan hem dat hij er zin in heeft, dat het ‘voor het echie’ is. Op de fiets terug klinkt het “Pap, ik ben eigenlijk wel heel benieuwd hoe hard die andere kindjes rennen” Mijn pedagogische antwoord: “Als je zelf maar lekker loopt jongen” klinkt waarschijnlijk voor hem net zo onlogisch als voor mij, ik ben ook wel benieuwd! “Misschien mag ik wel op het podium!” Aan ambitie geen gebrek.

Het is zaterdagochtend, ‘matchday’. “Ik heb er echt zin in vandaag, misschien haal ik wel een medaille en dan kan ik die aan Sinterklaas laten zien vanmiddag". De intrinsieke motivatie is duidelijk, pepernoten scoren is het achterliggende doel. Met neef Mees en oom Rene rijden we richting Reeuwijk. Ook voor Mees is het de eerste wedstrijd. De achterbank zit vol met zenuwen. “Zo hé, er zijn echt veel mensen!!” De twintig ouders en even zovele kinderen die er op dit vroege uur zijn, zijn al goed genoeg. Een kinderhand is gauw gevuld.

Een elftal minipupillen staat aan de start. Mijn tactische tips bestaan uit “Ga niet zelf als een dolle van start, loop maar achter de eerste aan en probeer die op het laatste stuk in te halen”. Dat dit de weg naar succes betekent, begrijp ik al snel als ik een andere ouder exact hetzelfde hoor vertellen tegen haar zoon. Tja, wie gaat er dan op kop lopen. De start is daar, zoonlief wordt vakkundig weggedrumd van voren en gaat als achtste de eerste zandheuvel op. Bij de derde zandheuvel ligt hij al vierde en halverwege de 600 meter ligt hij op de ideale plek. De koploper ligt al wel een meter of veertig voor en dat lijkt onoverbrugbaar.

Of Floris nu versneld of de koploper vertraagt, is niet helemaal duidelijk, maar feit is dat hij dichterbij komt. Bij het opkomen van het strand is het verschil nog 20 meter. Alle clubgenoten moedigen hem aan en op het laatste rechte stuk van zo’n 150 meter komt Floris meter voor meter dichterbij. Zijn blik staat gefocust, de blik van een winnaar. Maar helaas, met een tijd van 3 minuut en 35 seconden eindigt hij één seconde achter de winnaar als tweede. Direct na de streep lijkt hij geenszins moe, een heldere evaluatie volgt vrijwel direct en de conclusie is dat de finish eigenlijk 20 meter verder had moeten zijn. Zoonlief is trots en blij met zijn prestatie en speculaaspop. Papa natuurlijk des te meer. Het feit dat er geen medailles te winnen waren lijkt een kleine domper op het geheel te werpen, maar al snel is het leed geleden. “Misschien de volgende keer dan”.

Verslag van Edwin Otto,
vader van Floris Otto, minipupil.