Triathlon richtlijnen fietstraining

We verzamelen bij het zwembad en vertrekken om 9:30 uur (check in Tri-times voor de zekerheid).

Voor we vertrekken, kijken we naar de indeling van groepen. Per groep spreken we bij vertrek een kruissnelheid af (bijvoorbeeld: groep 3: 25km/h, groep 2: 27 km/h en groep 1: 30 km/h). De trainer of wegkapitein let onderweg op handhaving van de afspraak. Onder kruissnelheid wordt verstaan, die snelheid die je gedurende lange tijd kunt volhouden (dit is dus iets anders dan de maximumsnelheid, die je kunt fietsen). We bekijken dat per training mede afhankelijk van de weersomstandigheden en vorderingen in het seizoen. Binnen de bebouwde kom rijdt elke groep maximaal 25km/h. Is het tempo van een groep te hoog gegrepen voor je, overleg dan onderweg met de trainer of wegkapitein. Deze beslist over een mogelijke splitsing van de groep of aanpassing van het tempo.

Als een duurrit gepland staat en je een GPS hebt, kun je de route inladen met behulp van de TCX of GPX versie van de route die via mail beschikbaar zal worden gemaakt.

Als we een intervaltraining op een vaste locatie afwerken, gebruiken we de terugweg vanaf de locatie voor herstel. Je hebt immers de training achter de rug dan.

Graag aandacht voor de onderstaande punten:

  • check je fiets ruim voor de dag van de training (remmen, bandenspanning, reserveband (altijd een nieuwe band gebruiken) en pompje, etc);
  • check je helm en schoenen (zitten de plaatjes vast en zijn deze nog in goede staat)
  • als je een smartphone hebt, zorg er dan s.v.p. voor dat in de vergrendelde stand noodnummers zichtbaar zijn, bijna elke smartphone heeft deze functie;
  • neem drinken en eventueel iets te eten mee;
  • kleed je goed maar niet overdone;
  • bij een ongeval coördineert de trainer/wegkapitein en zal ter plekke taken verdelen.

Rijden in een groep:

  • hou je handen bij je remmen (op je shifters);
  • praten met elkaar is prima, maar blijf voor je kijken;
  • houd de afstand tot je voorganger in de gaten (max 10cm van het achterwiel), laat geen gat vallen omdat anders het voordeel en nut van rijden in de groep weg is;
  • luister naar aanwijzingen van de trainer of wegkapitein, zij hebben de verantwoordelijkheid;
  • signalering gaat in de groep van voor naar achter of andersom (ga niet in het midden van de groep brullen, als je in de verte iets ziet, de voorste fietsers geven als eerste aan);
  • roep niet te vroeg;
  • herhaal altijd de signalen, elke rij in de groep, omdat door de wind soms signalen slecht hoorbaar zijn;
  • geef aan als er een obstakel langs de weg staat of ligt door het aan te wijzen en te melden;
  • geef slecht wegdek ook zo aan;
  • komt een tegenligger de groep tegemoet, roep dan van voor naar achter (elke rij in de groep) TEGEN;
  • halen we iemand (fietser/voetganger) in in dezelfde rijrichting, roep dan van voor naar achter (elke rij in de groep) VOOR;
  • wordt de groep ingehaald, roep dan van achter naar voor (elke rij in de groep) ACHTER;
  • we stoppen altijd als dat nodig is, houd je aan de verkeersregels, denk aan je veiligheid en die van de groep!
  • is een kruispunt vrij om over te steken, geef dit dan aan met VRIJ;
  • als gestopt wordt, steekt de voorste rijder zijn linkerarm omhoog en roep(t) dan van voor naar achter (elke rij in de groep) STOP;
  • slaan we af, dan geeft de voorste rijder aan welke kant we opgaan, herhaal dit in de groep LINKS of RECHTS;
  • bij pech of een lekke band roep dan overeenkomstig PECH of LEK.

Tijdens een duurrit nemen we allemaal wat kopwerk op ons. Dat doen we door af en toe te wisselen van (kop)positie in de groep. De trainer/wegkapitein geeft dit aan door het signaal WISSEL (herhaal dit binnen de groep). Een wissel verloopt als volgt: de rechterrij van fietsers laat zich afzakken tot ze op de tweede rij zitten. De fietser links vooraan schuift naar rechts en de linkerrij fietsers sluit weer aan naar voren. Wil je niet meer op kop, blijf dan achter in de groep zitten, zo voorkom je dat het een chaos wordt. Als het wisselen niet meer gaat, overleg dan met de trainer/wegkapitein. Deze vraagt dan aan de sterkste fietsers in de groep of zij kopwerk willen doen.

Rijden we op een smalle weg, dan maken we een LINT, of gaan SMAL rijden bij tegenliggers. SMAL rijden wil zeggen dat de rechterrij fietsers allemaal een gat laat vallen van ongeveer een halve fietslengte en de rij fietsers links van de ontstane ruimte gebruikmaakt door iets in te zakken en meer naar rechts te gaan rijden.